Home  >  Jan in de media   >  Speech Jan Paternotte Nieuwjaarsreceptie 2016

Speech Jan Paternotte Nieuwjaarsreceptie 2016

25 jan 2016 Speech jan paternotte nieuwjaarsreceptie 2016

Dames en Heren,

Namens de D66-fractie in de gemeenteraad, en onze vier wethouders,

wens ik u een heel erg mooi 2016 toe.

Het jaar van het EK Atletiek in Amsterdam, het jaar waarin we mogen kiezen voor samenwerking met Oekraïne.

En het jaar waarin ik – als moderne man – vijf dagen vaderschapsverlof ga opnemen.

Welkom!

In het bijzonder natuurlijk de mensen die van ver zijn gekomen.

Zoals onze Amsterdamse uit Brussel: Marietje.

Onze partijleider, helemaal uit het verre Wageningen.

En onze partijvoorzitter Letty Demmers, tevens burgemeester van Vlissingen.

Wij Amsterdammers vinden Vlissingen héél ver weg….

Maar andersom schijnt dat mee te vallen.

En een bijzonder welkom voor alle Amsterdammers die zich ínzetten voor de stad,

onze collega’s uit de stadsdelen, de gemeenteraad en het college.

Dames en Heren,

Als D66’er kijk ik altijd graag vooruit.

Ik zie campagneleider Kees Verhoeven al vrolijk knikken: Ja, NU VOORUIT.

Maar vanavond kijken we eerst … 50 jaar terug.

Want bijna 50 jaar geleden is D66 hier – in Amsterdam – opgericht.

Twee mannen zaten in café Scheltema.

De één journalist.

De ander gemeenteraadslid.

Die uit zijn partij – de VVD – was gezet omdat hij het koninklijk huwelijk niet bij wilde wonen.

Twee jonge mannen, genaamd Hans.

Van Mierlo en Gruijters.

Zij waren ongerust.

“Over de politieke situatie in ons land,

over de tanende invloed van de kiezers, de ontoereikendheid van de verouderde politieke spelregels”

Zij wilden er zo graag wat aan doen

maar wisten niet hoe.

Zij hebben D66 opgericht.

En wat voor toekomst D66 had,

was toen moeilijk te voorspellen:

de Elsevier en ons eigen Parool

schreven in 1966 dat die partij

nooit meer zou kunnen worden

dan een splinterpartij.

Voor een paar periodes,

met een paar zetels in de Tweede Kamer,

en misschien een enkel

verdwaald gemeenteraadslid.

Kijk ons vandaag eens staan!

50 jaar later..

Zijn we geen splinterpartij.

Maar een partij met een flinke verantwoordelijkheid.

De verantwoordelijkheid om elke dag

hard te werken voor de stad.

Om elke dag werk te maken

van de beloften

van Hans en Hans.

Voorbij gaan aan oude politieke spelregels. Niet altijd maar hetzelfde gezeur en geharrewar tussen college en gemeenteraad.

Ik dacht daar ook aan toen ik drie weken geleden bij de nieuwjaarsborrel van de Partij van de Arbeid was.

En daar luisterde ik naar de Amsterdamse leider van de PvdA, Marjolein Moorman.

Zij vertelde dat ze in 2016 nóg beter oppositie gaat voeren.

Maar ook dat ze dat al heel verdienstelijk doen. En dat die nieuwe rol hun niet tegenvalt.

En zonder moeite noemde ze tien voorstellen.

Waar de PvdA vorig jaar de coalitie van heeft overtuigd.

En ik kan u vertellen dat ik dit trots en tevreden aanhoorde.

Want zo hoort het ook.

College én de hele gemeenteraad,

samen werken we aan het beste voor de stad.

Dat geldt ook voor het stadsbestuur.

Al bijna twee jaar besturen we samen met VVD en SP de stad.

Zouden Van Mierlo en Gruijters

hebben durven vermoeden

dat D66 de brug kon slaan

tussen de partij

waar aanwezigheid bij het koninklijk huwelijk verplicht is… en de partij die tijdens een koninklijk huwelijk…

…het liefst… tomaten naar de koets zou gooien?

Maar het werkt!

Want we kregen het beste van twee werelden.

Minder regels,

meer banen,

beter onderwijs.

Sociaal en liberaal.

Laurens Ivens is de SP-wethouder Bouwen en Wonen.

En hij bouwt meer dan ooit tevoren.

We hebben veel regels geschrapt.

Kosten voor bouwgrond zijn niet meer kunstmatig hoog.

Er is meer concurrentie op de bouwmarkt toegestaan.

Er komen eindelijk weer woningen bij voor middeninkomens.

Zodat twee leraren

die samen een huis willen huren in Amsterdam

níet de stad uit worden gedreven.

De SP-wethouder wordt al ‘de nieuwe Jan Schaefer’ genoemd. “In geouwehoer kan je niet wonen.”

Volgens mij is dat een eretitel,

en terecht, want in 2015 zijn we 8376 woningen gaan bouwen,

meer dan ooit in de laatste der-tig jaar!

Pieter Litjens, VVD-wethouder Vervoer en voormalig fotomodel,

en hij heeft Den Haag bijna zo ver dat de scooter eindelijk van het fietspad gaat.

Eric van der Burg is de VVD-wethouder Ruimte.

Maar hij is met name een moedige bestuurder,

die écht zijn nek durft uit te steken.

Hij wacht niet tot het COA ‘t hem vraagt, maar werkt zelf keihard

aan een plek voor een asielzoekerscentrum.

Zodat Amsterdam niet alleen noodopvang, maar échte opvang biedt aan asielzoekers.

En natuurlijk Arjan Vliegenthart, de SP-wethouder Armoedebeleid.

U heeft vast wel eens een SP-folder in de bus gehad

waarin staat dat deze man zoveel geld uitdeelt.

Hij wordt in het Parool vaak afgebeeld als Sinterklaas.

Maar laat ik drie voorbeelden geven van wat hij doet met dat geld:

Kinderen die nu wél naar muziekles kunnen.

Kinderen die nu wél lid kunnen worden van de voetbalclub bij hun vriendjes.

En kinderen die wél een laptop hebben. Zodat ze net als hun leeftijdsgenootjes werkstukken kunnen maken.

Als we een Sinterklaas nodig hebben om deze kinderen weer kansen te geven, dan geloof ik weer in Sinterklaas.

D66, dit college, de hele gemeenteraad:

we slaan bruggen op plekken waar we niet wisten dat het mogelijk was.

Ze wilden er zo graag wat aan doen, maar wisten niet hoe.

Dat zeiden Gruijters en Van Mierlo.

Net als iedereen voel ik de spanning in de Europese steden.

Spanningen van twintigers op terrassen in Parijs

of die van vrouwen op het station in Keulen. Van Brussel op slot,

tot de gammele bootjes die als het lente wordt weer vaker van Turkse stranden afgeduwd worden,

op een onzekere tocht naar een Grieks eiland.

Zoals altijd, zoeken veel mensen de flanken van de discussie op.

Sommigen maken zich niet druk

En denken dat het vanzelf wel goed komt met de integratie van Syrische vluchtelingen.

Anderen willen dat we de grenzen dicht gooien.

Weer anderen vullen praatprogramma’s met woorden als ‘goedpraatpavlov’ en ‘wegkijkreflex’.

En waar staan wij dan?

D66’ers zijn niet bang om te twijfelen,

ook bij de opvang en integratie van vluchtelingen.

Natuurlijk hebben we niet meteen pasklare antwoorden. We zoeken. We proberen. Wat werkt. En wat niet.

Laat ik anders vertellen hoe we het hier doen,

hoe we het in Amsterdam gewoon regelen.

Amsterdammers zijn namelijk niet snel onder de indruk van grote woorden.

De vluchtelingen zaten eerst maandenlang in een kantorenflat in Zuidoost.

Toen eind vorig jaar de noodopvang verplaatst werd naar de Marnixstraat, was er een bewonersavond.

Niemand was tegen de opvang voor vluchtelingen.

Wel had iemand een vraag:

“Wordt er nog een welkomstfeestje georganiseerd?”

“Wat kunnen we doen om de vluchtelingen verder te helpen?”

Maar we hebben ook gezien dat homostellen uit Syrie zich niet veilig voelen in de grote noodopvang.

Op hun verzoek hebben ze nu een eigen opvangplek.

Mensen die intimideren, zelfs geweld plegen, die moeten keihard worden aangepakt.

Zij moeten begrijpen dat onze stad een vrije stad is.

Een stad waar je welkom bent — mits ieder ander voor jou ook welkom is.

Nu zitten hier in Amsterdam 1200 vluchtelingen in noodopvang.

Straks hebben we nog 2000 vluchtelingen in een asielzoekerscentrum.

En elk jaar krijgen we duizenden mensen met een verblijfsvergunning in een huis in Amsterdam.

Tegen hen zeggen we: Welkom in Amsterdam!

Welkom in Amsterdam.

Maar direct er achteraan komt: en nu meedoen!

Op school, naar taalcursus, aan het werk.

En -dat -gaat -niet vanzelf.

Sommigen zitten al maanden in de noodopvang.

Met soms tien op een kamer.

De lucht raakt bedompter,

de tafeltennistafel is tot op de draad versleten.

De sfeer wordt slechter en de verveling bijna ondraaglijk.

Wanneer ze de asielprocedure in kunnen, dat weten ze meestal niet.

Zoals een jonge man uit Eritrea, die al zeven maanden in noodopvang doorbrengt, tegen mij zei:

“Ik wil hier graag een bestaan opbouwen, aan het werk en mijn kind naar school. Wanneer denkt U dat dat kan?”

Een begrijpelijke vraag,

maar als je in de noodopvang zit mag je nu helemaal niets opbouwen.

Werken mag niet, en taalles mag alleen als die gegeven wordt door vrijwilligers.

Wat rest is de versleten tafeltennistafel.

Dat moet anders, vinden we in Amsterdam. Want de echte test is om deze mensen zo snel mogelijk mee te laten doen.

De echte test is om álles op álles te zetten: Om van een vluchteling

zo snel mogelijk

een nieuwe Amsterdammer te maken.

Onze wethouders Kajsa Ollongren en Simone Kukenheim

willen slagen voor die test.

Daarom krijgt iedere vluchteling in

Amsterdam meteen de taalcursus,

gaan we diploma’s omzetten en trekken we ze de arbeidsmarkt op.

En Kajsa Ollongren gaat nóg verder, en vraagt het kabinet om ruimte,

zodat we vol kunnen inzetten op integratie.

Laat vluchtelingen niet de hele opvangprocedure wachten – en daarna nóg een half jaar – voor ze iets van werk mogen doen. Laat ze gelijk beginnen.
Laat studenten doorgaan met hun studie, als die aansluit op de studie die ze deden, Universiteit, HBO, MBO- ook al zitten ze nog in de opvang: direct aan de slag.
We vragen die ruimte aan het kabinet dus om een hele simpele reden.

Om de turbo op integratie te zetten.

Bovendien hebben we in Amsterdam duizenden openstaande vacatures.

En van stil op de bank moeten zitten wordt niemand een Amsterdammer.

Helaas zegt het kabinet voorlopig ‘nee’.

De VVD- Tweede Kamerfractie vindt dat Kajsa Ollongren vluchtelingen ‘valse hoop’ biedt,

omdat het ze ontmoedigt om terug te keren.

Maar zij weten ook dat 99 van de 100 aanvragen van Syriërs voor een verblijfsvergunning zullen worden goedgekeurd.

Dus we staan nu echt voor de keuze:

Durven we ervoor te gaan,

en een keer goed álles op álles te zetten voor goede integratie?

Of stellen we over tien jaar een parlementaire enquêtecommissie in

die onderzoek doet naar de mislukte integratie van Syriërs?

Die concludeert dat door lange asielprocedures mensen te lang hebben stilgezeten, waardoor de meeste Syriërs niet aan een baan kwamen?

En dat de meesten nog geen Nederlands spreken.

Nu liggen alle kansen er nog om het anders te doen.

In de steden, in de dorpen moeten wij dat regelen.

We willen het nu beter doen dan in de jaren ’90.

Dus Den Haag, geef ons die ruimte!

Eén van de mensen in Den Haag vinden we in ieder geval wél aan onze zijde. Hij staat hier naast mij.

Dames en heren,

Hij was wethouder in Leiden. Hij woont in Wageningen. Maar zijn hart ligt – denk ik – in Amsterdam. Dames en heren, onze partijleider: Alexander Pechtold!

De gesproken tekst geldt.

Blijt op de hoogte

Er gebeurt veel in de Amsterdamse politiek, en ik geef je graag mijn perspectief. Blijf op de hoogte en schrijf je in voor mijn nieuwsbrief.

Gelieve eneter juiste e-id
jan paternotte
Janpatimage

Mijn fractiegenoten

Members00
  • Member01
  • Member02
  • Member03
  • Member04
  • Member05
  • Member06
  • Member07
  • Member08
  • Member09
  • Member10